Peter Scholten: trompet en mondharmonica

Peter Scholten (7 maart 1954) groeide op in Enschede in de jaren dat de Beatles en de Stones
om de eer vochten wie de beste band van dat moment was.
In Enschede zag en hoorde hij al op jonge leeftijd in een buurtspeeltuingebouw de lokale band Les Centurions (later noemden zij zich The Move en nog later The First Move met o.a. Eef Alberts en Carel Swagerman).
Peter wilde ook wel in zo’n band spelen. Voor zijn tiende verjaardag kreeg hij een lesgitaar. Al snel bleek dat hij helemaal geen talent had om gitaar te spelen. Dus dan maar zanger geworden. Nog op de lagere school begon hij in de garage van zijn ouders samen met buurtgenoot Ben ‘blitsje’ Loman zijn eerste beatbandje. Ben z’n vader had van houten tonnen en vaatjes een ingenieus drumstel in elkaar gezet. Een neef van Ben speelde heel aardig gitaar en zo goed en zo kwaad als ze konden speelden ze als een postpunkgaragerockband, Sup Krek heten ze eerst, maar Ben vond The Imposers een betere naam, de klinkende beatcovers ‘You realy got me’ (Kinks), ‘My generation’ (Who), ‘I’m down’ (Beatles) en ‘I feel free’ (Cream).

Op de middelbare school was er weer een ander bandje waarin Peter Scholten ging zingen. Na een bezoek aan een optreden van The Outsiders en omdat The live I live (Q65) op het repertoire werd genomen (met een scheurende mondharmonica), kocht hij zijn eerste bluesharp ..... en dat is tot op de dag van vandaag nog steeds het enige instrument waar hij meerdere sterren uit haalt.
Uiteindelijk met Hans Trentelman (Indeeds) en Cor Timmer (Crusade) vond hij de juiste chemie om geïnspireerd door o.a. Cuby+Blizzards, de vroege Fleetwood Mac, en Cream geïmproviseerde rythm & blues te maken onder de noemer Sugar Mamma met als motto de witte blues zo zwart mogelijk te spelen…

Begin jaren ’70, Peter Scholten is student op de kunstacademie in Arnhem, was muzikaal gezien dit decenium explosief begonnen. Ruimte voor rootsmuziek was er niet meer. Alles werd bombastisch en symphonisch gemaakt. Voor Peter was dat het moment om op verkenning te gaan en uitgebreid stil te staan bij allerlei soorten muziek, en de jazz in het bijzonder. Mondharmonica was te beperkt en de keuze voor trompet kwam fysiek het dichtst in de buurt. De geïmproviseerde muziek (Breuker en Bennink) maakte furore. Maar ook live-optredens van grootheden als Sonny Rollins, Archie Shepp en Miles Davis (in Rome) staken bij hem het licht aan. Dolphy, Coltrane, Ayler, Mingus, Monk en Dizzy tot en met de nieuwkomers als David Murray en Butch Morris werden zijn nieuwe favorieten. De alles-overtreffende trap was natuurlijk koningin/lady Billy Holiday en dan het liefst begeleid door Lester Young en Coleman Hawkins.
Via het fanfare- en harmonieorkest Crescendo nam hij trompetles en speelde hij al snel als vierde trompettist de stukken ‘Orpheus in de onderwereld’ en veel amerikaanse ‘big-band-swing’. De dirigent Arnold Hesseling was ook dirigent van de luchtmachtkapel. Vandaar.
Onder leiding van Guus Tangelder en Joop van Erven speelde hij o.a. Straight no chaser en Billie’s bounce in het workshoporkest van de Arnhemse muziekschool. Via allerhande verschillende improvisatiebandjes zowel in Arnhem als in Brussel kwam langzamerhand aan het actieve blazen tot dan toe een eind.

In de tweede helft van de jaren ‘70 begon in Arnhem op de zondagavond in muziekcafé De Primeur Herman Brood zijn opmars met de Wild Romance en met hem de punk en de new wave… De popmuziek keerde terug in peter’s leven. Eind jaren zeventig zag hij in de Arnhemse Stokvishal de Sex Pistols, Blondie, Talking Heads. Na zijn verhuizing naar Brussel in Ancient Belgique the Ramones, XTC, Joy Division (in Plan K) en ......TC Matic. Arno Hintjes, Jean- Marie Aerts c.s. maakten een onuitwisbare indruk. Oh la la la en Putain Putain klinken misschien op de plaat nog wat tam, maar voor wie de band ooit live heeft gehoord weet wel beter wat een energie en krachten bij hun optredens vrijkwamen. Peter Scholten zag ze op de Vrijhof van de Universiteit Twente nog minstens vijf keer zonder ook maar een keer teleurgesteld te worden. Ook Arno de soloartiest kan nog steeds een potje breken.